Leefbaar 3B amendement “Schil om Bleiswijk” aangenomen

Gedurende de voorbereiding voor het behandelen van het bestemmingsplan “Schil om Bleiswijk” heeft Leefbaar 3B woordvoerder Cheryta Buijs geconstateerd dat in dit bestemmingsplan modelplanregels zijn opgenomen voor paardenbakken, die niet bekend waren in het oude bestemmingsplan. Na onderzoek bleek dat deze regels al eerder ingebracht zijn in bestemmingsplannen vastgesteld in 2013, zoals die van Oostland Berkel, Noordpolder, Lint Noord en Oosteindsepolder/Warmoeziersweg. Eerder kende Lansingerland geen Modelplan regels voor paardenbakken. De in 2013 nieuw ingebrachte modelplanregels voor paardenbakken zijn niet door de raad opgemerkt, maar wel vastgesteld in de eerder genoemde bestemmingsplannen. Cheryta Buijs, zelf bekend met het hobbymatig houden van paarden en het beoefenen van de paardensport op eigen terrein, heeft aan de wethouder vragen gesteld over het totstandkomen van deze regels, omdat deze nieuwe regels rigide zijn en niet in het belang van het welzijn van het paard, evenmin de veiligheid dient van paard en omgeving en tevens het hobbymatig houden van paarden en het beoefenen van de paardensport op eigen terrein, nagenoeg onmogelijk maakt.

De bedoeling van de gemeente voor het opstellen van de nieuwe modelplanregels voor paardenbakken is gericht geweest om het hobbymatig houden van paarden te faciliteren, maar ook overlast naar andere inwoners te voorkomen, zo is door de ambtenaren bevestigd. In overleg met de wethouder, ambtenaren en fractie Leefbaar 3B zijn de regels aangepast die nu beter voldoen aan de genoemde uitgangspunten.Deze nieuwe modelplanregels zijn in het amendement verwerkt en in de raad van vrijdag 31 januari 2014 besproken. In het debat is duidelijk geworden dat Leefbaar 3B de aanpassing, die door het amendement voor de “’Schil om Bleiswijk” gaat gelden, ook de toetsing zal moeten zijn voor aanvragen in de eerder vastgestelde bestemmingplannen voor het legaliseren van paardenbakken, want beleid in Lansingerland behoort overal het zelfde te zijn.

D66 gaf aan tegen het amendement te zijn, omdat zij niet kunnen overzien of het amendement een nadeel voor één enkele burger kan zijn. De uitleg van de woordvoerder dat het hier gaat om algemene regels en deze niet gericht zijn op het benadelen van één enkele burger, mocht echter niet baten en D66 stemde als enige tegen het amendement.

Naast de aanpassing door het amendement heeft Leefbaar 3B de toezegging van de wethouder gekregen dat het inbrengen van nieuwe beleidsmatige modelplanregels voortaan in elke bestemmingsplan apart gemeld zullen worden, zodat de raad deze vaststelt met de volledige bekendheid van wijzigingen van modelplanregels.

Tekst amendement:

Ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

1 – onder ‘Besluiten, III wordt toegevoegd dat de regels welke gesteld zijn aan de bouw van een paardenbak in de artikelen 4.4.6 Paardenbakken, 12.2.5 Paardenbakken en 13.2.5 Paardenbakken, in zijn geheel te wijzigen in de navolgende regels:

  1. De titels van deze artikelen te wijzigen van ‘Paardenbakken’ in ‘Paardenbak/paddock’
  2. De bouw van een paardenbak voor hobbymatig gebruik bij een (bedrijfs)woning, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
    1. er is ten hoogste één paardenbak en één paddock per (bedrijfs)woning toegestaan;
    2. de oppervlakte van een paardenbak bedraagt maximaal 1.200 m²;
    3. de oppervlakte van een paddock bedraagt maximaal 400 m²;
    4. de paardenbak/paddock wordt binnen de bestemming/aanduiding (bedrijfs)woning gebouwd;
    5. indien de paardenbak/paddock aantoonbaar niet gerealiseerd kan worden binnen de bestemming/aanduiding (bedrijfs)woning, wordt de paardenbak/paddock gedeeltelijk binnen de bestemming/aanduiding gebouwd, of indien ook gedeeltelijk binnen de bestemming/aanduiding niet mogelijk is zo veel mogelijk aansluitend aan de bestemming/aanduiding gebouwd, waarbij de paardenbak/paddock uiterlijk binnen een afstand van 75 meter van de betreffende bestemming/aanduiding gebouwd dient te worden;
    6. aan de paardenbak/paddock verwante voorzieningen, geen gebouwen zijnde, zoals een longeercirkel of stapmolen/trainingsmolen, zijn toegestaan onder de voorwaarde dat deze geheel binnen, gedeeltelijk dan wel geheel aansluitend aan de bestemming/aanduiding (bedrijfs)woning worden gerealiseerd;
    7. de maximale hoogte van aan de paardenbak/paddock verwante voorzieningen, geen gebouwen zijnde, zoals een longeercirkel of stapmolen/trainingsmolen, bedraagt exclusief de omheining 4 m;
    8. de afstand tussen de rand van de paardenbak/paddock en aan de paardenbak/paddock verwante voorzieningen, geen gebouwen zijnde, zoals een longeercirkel of stapmolen/trainingsmolen, en woningen van derden dient minimaal 30 meter te bedragen;
    9. de paardenbak/paddock wordt op minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn of het verlengde daarvan gebouwd;
    10. de afstand van de paardenbak/paddock en aan de paardenbak/paddock verwante voorzieningen, geen gebouwen zijnde, zoals een longeercirkel of stapmolen/trainingsmolen, uitgaande van de inwendige maatvoering, tot de perceelgrens dient ten minste vijf meter te bedragen;
    11. de hoogte van de omheining van de paardenbak/paddock en de omheining van de paardenbak/paddock verwante voorzieningen, geen gebouwen zijnde, zoals een longeercirkel of stapmolen/trainingsmolen mag maximaal 1,80 m bedragen;
    12. lichtmasten bij paardenbakken zijn toegestaan, mits:

–  niet meer dan maximaal 6 lichtmasten per paardenbak;

–  elke lichtmast maximaal 8 meter hoog is;

–  de lichtmasten dienen binnen een halve meter van de rand van de paardenbak te worden gesitueerd;

–  tussen de lichtmasten en de bouwperceelgrens / bestemmingsgrens van woningen van derden dient de afstand minimaal 30 meter te bedragen;

–  de lampen dienen zodanig te worden afgeschermd dat strooilicht naar de omgeving zoveel mogelijk wordt voorkomen;

–  als lichtmasten zijn alleen overhangende lichtarmaturen (lichtmasten met uitleggers/armen, die gedeeltelijk over de bak heen liggen) toegestaan, lichtmasten met knikarmaturen vallen daar ook onder.

2 – onder ‘Besluiten’, III wordt toegevoegd dat onder Afwijken van bouwregels in de artikelen 4.4.6 (als lid f), 12.4.1 (als lid e) en 13.4.1 (als lid e) de navolgende regel wordt toegevoegd:

Ø      de bouw van een paardenbak/paddock verder dan 75 meter van de bestemming/aanduiding (bedrijfs)woning, mits de paardenbak/paddock aantoonbaar niet realiseerbaar is binnen de afstand van 75 meter en de paardenbak/paddock toekomstige reconstructie, bestaande bedrijvigheid of andere ruimtelijke opgaven niet in de weg staat.

3 – onder ‘Besluiten’, III wordt toegevoegd dat de navolgende begripsbepalingen aan artikel 1 van de planregels worden toegevoegd:

Ø      Longeercirkel

ruimte in de vorm van een cirkel, al dan niet voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem en/of een omheining, waarin een paard onder begeleiding specifieke training gegeven kan worden.

Ø      Paardenbak

een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijdactiviteiten, al dan niet voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem en/of een omheining.

Ø      Paddock

een ruimte waar één of meerdere paarden vrij kunnen bewegen.

Ø      Stapmolen/Trainingsmolen

een molen, al dan niet voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem en/of een omheining, waar meerdere paarden tegelijk kunnen stappen, draven of galopperen door middel van een machinale aansturing.

Toelichting:

Ø      Voorschriften zoals onder Regels 4.4.6 en 12.2.5 en 13.2.5 beschreven maken het hobbymatig houden van paarden in de buitengebieden nagenoeg onmogelijk;

Ø      De reden van het opstellen van deze voorschriften is opgegeven om overlast te voorkomen;

Ø      de voorschriften rigide zijn en niet in het belang van het welzijn van het paard, evenmin dienen voor de veiligheid van het paard en zijn omgeving en tevens aan een hobby van inwoners onnodige belemmering geeft;

Ø      De nieuw op te nemen voorschriften voldoen aan het voorkomen van overlast en de mogelijkheden voor het hobbymatig houden van paarden en het beoefenen van de paardensport op eigenterrein niet onnodig beperken.

Cheryta Buijs, Leefbaar 3B